Tuesday, April 29, 2008

 
Posted by Picasa Stadhuis van Naarden was tevens gerechtsgebouw

 
Posted by Picasa Tegen de zijgevel van het stadhuis werd het schavot opgericht

 
Posted by Picasa Raam met ronde bovenlijst was bestemd voor het ophangen van de schandkooi

 
Posted by Picasa De rechtzaal in het stadhuis van Naarden

 
Posted by Picasa Verhoor in de rechtzaal van Naarden

 
Posted by Picasa Rekening van de beul na het in Naarden ophangen van een man.

Tuesday, May 31, 2005

 

Over de 'Criminele Rol' van Naarden

_______________________________
Vó ó r 1795 was het gewest Holland verdeeld in baljuwschappen. Het Gooi
was zo'n baljuwschap en in dit district oefende de baljuw vanuit het
Muiderslot de hogere rechtsmacht of jurisdictie uit. Het Gooi was weer
onderverdeeld in schoutsambten waar de plaatselijke schout de lagere
rechtsmacht had. Ieder Goois dorp, uitgezonderd Bussum, had sedert de
15e eeuw een eigen schout. In Blaricum bijvoorbeeld, bekleedde de familie
Duurkant van vader op zoon meer dan een eeuw lang deze functie. Het werk
van de dorpsschouten bestond onder meer uit het vonnissen van burgerlijke
en strafbare feiten die met een lage boete konden worden afgedaan.
Naarden had in principe twee schouten, namelijk een civiele of burgerlijke
en een criminele schout. Maar vanwege het kleine inwonertal,
werden beide functies vaak door é é n en dezelfde persoon vervuld. In de 18e
eeuw had de baljuw de criminele schout aangesteld als zijn plaatsvervanger
met de titel Stedehouder van Gooiland. In zijn functie als stedehouder kon
hij ook de hogere jurisdictie in het Gooi uitoefenen. Dit hield in dat voor de
schepenbank van Naarden ook vonnissen konden worden geveld in gevallen
als moord, brandstichting, roof, verkrachting enz. Dergelijke zware misdaden
konden gepleegd zijn in Naarden, maar ook in de omliggende Gooise dorpen.
De verhoren werden opgetekend in het zogenaamde Examenboek, de strafeisen
en vonnissen in de Criminele Rol. Aan ieder vonnis ging een strafeis vooraf,
de eiser was de Schout en Stedehouder van Naarden. Het vonnis werd geveld
door de schepenen en dat viel in het algemeen lichter uit dan de vaak zware eis.
In de 18e eeuw waren er verschillende Stedehouders van Gooiland Eé n ervan
was Tengnagel. De lange aanhef van zijn akte luidde altijd: ‘De Heer Gerardus
Gansneb genaamt Tengnagel Schout dezer Stede en Stedehouder van Goijland
uyter name van wegen de Wel Edeler Heere Mr. Pieter Anthony de Huybert heere
van Cruyninge Rilland, Mr. Drost van Muyden, balliuw van Goyland,
hoofdofficier van Weesp, Weespercarspel, Hoogbijlemer
Eijsser in Cas ter eenre op en jegens gedaagde ....…’
Vervolgens werd het misdrijf aan de hand van de verhoren uit het
Examenboek uitvoerig beschreven. Aan het einde volgde dan de straf die de
stedehouder eiste.
Sommige eisen van Gansneb waren ronduit sadistisch, zoals bij een Larens
meisje van 14 jaar. Zij had brand gesticht in twee stroschelven bij haar ouderlijk
huis. De eis was: ‘sal werden gebragt ter plaatse daar men alhier gewoon is
publique Criminele justitie te doen, en aldaar door de scherpregter gebragt te
werden aan een paal daartoe opgerigt, vervolgens een weijnig gewurgt en alsdan
brande stroo in haar aangesigt geblakert te werden totdat er de dood opvolgt, en
dat het dode lighaam vervolgens sal werden geset op een rad buijten deeze
plaatse op den galgenberg‘.
Gelukkig oordeelden de schepenen milder en werd het meisje, na met roeden
gegeseld te zijn, verbannen uit de Lande van Holland en Westvriesland.
Dit hield in dat het meisje eventueel in de buurt van Laren in Eemnes of
Baarn kon gaan wonen, want de verbanning gold niet voor het gewest
Utrecht.
Voor en tijdens de berechting werd de beklaagde in een cel onder het
stadhuis op water en brood gezet. Deze straf kon variëren van 24 uur tot 3
weken op eigen kosten. Lange gevangenschap als straf kende men niet in het
Gooi, wel kon men naar het Tuchthuis in Amsterdam worden overgebracht.
Na de berechting werd de veroordeelde meestal naar het schavot gebracht
waar de openbare terechtstelling werd uitgevoerd. Die vond meestal plaats
tegen de linker-zijgevel van het stadhuis. Op de hoek van deze gevel
bevindt zich daar é é n raam met een ronde bovenlijst, dat afwijkt van de
overige ramen. Hier hing men de schandkooi op. In deze kooi of op het
schavot kon men te pronk worden gezet. Ook geselen was zo’n bijkomende
straf hetgeen met roeden in het openbaar op het schavot gebeurde.
Daarna volgde vaak het brandmerken met het stadswapen. In de kamer waar dit
gebeurde zijn nu nog de brandmerken te zien in de houten panelen,
Vermoedelijk testte de beul of het ijzer heet genoeg was. Hierna kon men
verbannen worden. De lichte vorm was ‘uit de Steden en Dorpen, of Lande
van Gooyland‘, de zwaardere vorm ‘uit de Lande van Holland en
Westvriesland‘. Inwoners van het Gooi konden na deze verbanningen langs de
grens van het Gooi en Utrecht gaan wonen, daarom werd soms ook het gewest
Utrecht tot verboden gebied verklaard. Wee degene die terugkeerde naar het
Gooi, die wachtte een zeer zware straf. Sommige verbanningen volgden ook , als
iemand na vier keer te zijn gedagvaard niet kwam opdagen.
De zwaarste straf was ophanging en dit vonnis werd als volgt omschreven:
‘Aan een Galge met de Koorde gestraft te werden, dat er de dood na volgt
en vervolgens desselfs doodde lighaam gebracht te werden op het gewone
galgenveld buiten deze Stad en aldaar tot afschrik van anderen in
kettingen te werden gehangen, om door de lugt en vogelen des Hemels te
werden verteerd‘.
Gelukkig kwam ophanging in 't Gooi weinig voor, in de laatste veertig jaar
van de 18e eeuw maar é é n keer. In 1772 liet men daartoe de 'scherprechter'
(beul) Jan Aanhout uit Haarlem komen. Na afloop diende hij een rekening in.
Voor zijn beulswerk rekende hij f 15.- en aan reiskosten en ‘daggeld’ f 18.-.
Geselen, brandmerken en verbanning daarentegen volgden soms zelfs na lichte
vergrijpen, zelfs bij een godslastering. Na de veroordeling werd het bezit van de
gestrafte vaak geconfisqueerd. De schout was overigens het meest gebaat
bij het opleggen van boetes. De boete kwam voor een derde deel ten goede
aan de schout, vandaar het gezegde: ‘Schouten, Baljuwen en Graven,
stelen als raven‘. De eventuele aangever of verklikker kreeg ook een derde
deel en het resterende bedrag ging in de overheidskas.
Het Gooi was met circa 10.000 inwoners dun bevolkt. Als er eens iets plaats
vond, dan werden er in de Criminele Rol een groot aantal bladzijden
volgeschreven ook over de meest onbenullige zaken. Naarden en
de grootste dorpen (Huizen en Hilversum) leverden de meeste stof op. Over
Blaricum en Laren is weinig te vinden, mogelijk hield de bevolking daar af
en toe een volksgericht en bleef de schout onkundig van misdrijven waarbij geen
zwaargewonden of doden vielen. De bewaard gebleven Criminele Rol geeft
een interessant kijkje in enkele van de schaduwzijden uit het Goois verleden.
Het is de moeite waard daar eens kennis van te nemen.
_____________________________________
Copie
1772 Door order van de WelelEdele
Gestrenge Heer de Heer en Mr. Cornelis Haeck
Hooftofficier der Stad Naarden etc.
- Den 24 September, Een manspersoon gehangen f 6.-
- Dezelve weeder afgenoomen " 3.-
- Buijten aan't gerecht gehangen " 3.-
- Voor strop en koorden " 3.-
- Nog een Persoon met de strop om de hals onder de Galg te pronk gestelt " 3.-
- Deselve gegeeselt " 3.-
- voor 't brant teekenen " 1.10.-
- voor 't maaken van Roeden " 1.10.-
- voor Koort en bintlijnen " 1.10.-
- Daggelt " 9.-
- Mijlgelt " 9.-
____________
Somma f 43.10.-
Voldaan den 24 September 1772
/W.G./ Jan van Aanhout
____________________________________________________

Bronnen:
- Criminele Rol van Naarden - 18e eeuw. Stadsarchief Naarden.
- Criminaliteit en strafrechtpleging in het Gooi van 1760 tot 1795 -
J.G.H. Spijker - TVE 3e jrg. nr. 1, febr. 1985
- Geschiedenis van Gooiland. Tweede deel, hoofdstuk IV: Dr. A.C.J. de
Vrankrijker
- Hoofdlijnen uit de ontwikkeling der rechtelijke organisatie in de
Noordelijke Nederlanden tot de Bataafse omwenteling. - J.P.H. de MontJ
Verloren, J.E. Spruit.
- Duizend jaar het Gooi de Gooiers en hun orde en gezag - Waanders uitg.

________________________________________

Illustraties in 'DE OMROEPER VAN NAARDEN' :
Blz. 104: Een verhoor voor de schepenrechtbank in de Raadzaal van het Stadhuis.
Schilderij H.F.C. ten Kate uit 1867
Blz. 105: De celdeur in de kelder van het Stadhuis
Blz. 106: Het gebogen raam in de Raadhuisstraat waartegen de schandkooi werd
geplaatst.
. Blz. 107 : Brandmerken (jaartallen met de N van Naarden?), in het paneelwerk
naast de schouw in de achterkamer van het Stadhuis.
__________________________________________________
DE OMROEPER, sept. 2000, jrg. 13, nr. 3
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nljouwpagina.nl/
____________________________________________

Artikel is ook verschenen in Med. Blad H.K. Blaricum ( DeelGenoot)
zie: http://gooijer.netfirms.com/criminele%20rol.htm
___________________________________________________________________________

Labels:


This page is powered by Blogger. Isn't yours?